Huisartsen zetten meer AI in, chatbots nog niet populair

ProfielfotoArenda Vermeulen 14-08-2026
139 keer bekeken

Bijna de helft van de huisartsenpraktijken zet AI-ondersteunde digitale toepassingen in. Deze toename is opmerkelijk want in 2024 was dat nog ongeveer één op de vijf praktijken. Dit blijkt uit de jaarlijkse Nivel Huisartsenpraktijkenenquête 2025 onder ruim 800 huisartsenpraktijken.

Een groot deel van de praktijken heeft bovendien behoefte aan specifieke AI-ondersteunde toepassingen, zoals spraakgestuurde rapportage. Aan andere AI-ondersteunde toepassingen, zoals chatbots of digitale doktersassistenten is minder behoefte. Praktijken ervaren bij de inzet hiervan nog vaak belemmeringen. 

Tijdgebrek en kosten belemmeren inzet AI-ondersteuning

Bijna de helft van de huisartsenpraktijken gebruikt één of meer AI-ondersteunde digitale zorgtoepassingen. Vooral spraakgestuurde rapportage (36%) en triage (16%) worden gebruikt. Daarnaast heeft 35 tot 50% van de praktijken behoefte aan dergelijke toepassingen maar zetten deze nog niet in. Praktijken die geen AI-ondersteunde toepassingen gebruiken, noemen het onpersoonlijke karakter van AI vaak als reden. Praktijken die AI wel willen inzetten, ervaren vooral tijdgebrek en hoge kosten als belemmering.

Digitale ggz en online afspraken meest gebruikt 

Digitale ggz wordt door 85% van de huisartsenpraktijken ingezet en online afspraken maken door 78%. Telemonitoring (57%), digitale triage (45%), videobellen (40%) worden door minder huisartsenpraktijken ingezet. Digitale triage wordt relatief vaker dagelijks gebruikt. Digitale ggz en telemonitoring worden vaker wekelijks ingezet. Videobellen wordt meestal enkele keren per jaar gebruikt.  

De plotse stijging en ook het grote aantal potentiële gebruikers verraste Nivel-onderzoeker Lilian van Tuyl. "Huisartsen zijn vaak best wel terughoudend rond de inzet van digitale middelen. Het is wel tekenend dat ze vooral bij administratieve processen veel kansen zien", zegt ze tegen NU.nl. Voor bijvoorbeeld een chatbot of gepersonaliseerde behandelplannen is AI een stuk minder populair.

Voor- en nadelen

Maar werkt spraakgestuurde rapportage wel goed? Universitair docent Reinier van Linschoten van het Erasmus MC deed er vorig jaar onderzoek naar. Samen met collega's observeerde hij 535 huisartsconsulten die met of zonder AI werden vastgelegd. De AI-notulist bleek zowel voor- als nadelen te hebben.

Niet zelf hoeven typen, maar alleen het AI-verslag hoeven controleren en waar nodig aanpassen, leverde huisartsen per consult gemiddeld 42,7 seconden tijdswinst op. "Dat zorgt er niet voor dat een huisarts per saldo méér patiënten kan zien. Maar het geeft wat lucht, wat minder cognitieve belasting. Net wat meer tijd om even rustig te kunnen nadenken", legt hij uit.

De AI-tool legde het verhaal van de patiënt, de diagnose en het actieplan uitgebreider vast dan de huisartsen zelf. Maar het lichamelijke onderzoek, bijvoorbeeld een bloeddrukmeting of het bekijken van een wond, beschreef de software juist beknopter dan de artsen.

Hardop lichamelijk onderzoek doen

"Om dat soort zaken op te laten nemen in het AI-verslag moet de huisarts steeds hardop vertellen wat hij of zij ziet of afleest", vertelt Van Linschoten. Als dat niet gebeurt, moet de arts de AI-samenvatting achteraf aanvullen. Maar dat gebeurde niet altijd.

"We vermoeden dat huisartsen minder kritisch zijn op het aanvullen van de samenvatting dan wanneer ze die helemaal zelf zouden opschrijven. Maar dat is een aanname", zegt Van Linschoten. Hij gebruikte de tool zelf ook als huisarts-in-opleiding en zou dat ondanks de nadelen zo weer doen.

"Het systeem is niet perfect, maar schrijft per saldo méér op dan een huisarts. Maar je moet wel altijd kritisch naar de samenvatting blijven kijken." Niet alleen omdat er soms informatie ontbreekt, maar ook omdat AI kan 'hallucineren' en juist onzin opschrijft. "Al zijn wij geen grote of gevaarlijke hallucinaties tegengekomen."

'Fijn dat ik oogcontact had'

Toen AI-hoogleraar Frank van Harmelen (Vrije Universiteit) laatst zelf naar de huisarts moest, had hij geen bezwaar tegen de AI-notulist. "Ik vond het zelf heel fijn dat ik volop oogcontact had met mijn arts, in plaats van dat die moest meetypen. Die sociale dynamiek is heel belangrijk in een gesprek."

Tegelijkertijd ziet hij de meerwaarde van het 'menselijk' verslag. "Een huisarts laat niet-relevante opmerkingen weg en zet extra belangrijke zaken bijvoorbeeld in hoofdletters." Soms is ook non-verbale informatie vermeldenswaardig. "Een patiënt die bijna in huilen uitbarst bijvoorbeeld", zegt Van Harmelen.

De menselijke controle van een AI-verslag is niet zaligmakend, zegt Van Harmelen. "Als de vorige 300 conceptversies prima waren, zal de huisarts de 301e keer niet zo scherp meer controleren."

Niet bij elk consult

Digizo, een Nederlands kennisplatform over digitale zorg, heeft inmiddels meerdere tools positief beoordeeld voor spraakrapportage in huisartsenpraktijken. In - veelal buitenlands - literatuuronderzoek en gesprekken met huisartsen en leveranciers vond Digizo grofweg dezelfde voor- en nadelen als hierboven worden genoemd.

Overigens gebruikt lang niet elke huisarts de tool bij elk consult, meldt Digizo. De verschillen zijn groot, van 50 tot 85 procent van de consulten.

Meer weten?

Bekijk alle resultaten van het Nivel-onderzoek in de publicatie.

 

Bronnen: nivel.nl en nu.nl 

Afbeeldingen

Leernetwerk Digitale Zorg is een initiatief van Vliegwiel, een programma van Patiëntenfederatie Nederland

Cookie-instellingen