
De zorg liep niet meteen voorop als het gaat om digitale ontwikkelingen, zegt internist-nefroloog Meindert Crop. ‘Je kon al jaren online je bankzaken regelen, en de post van je gemeente of overheidsinstantie digitaal ontvangen. Dus het is helemaal niet gek dat de zorg daarin meegaat.’
Crop behandelt patiënten met chronisch nierfalen en patiënten die een niertransplantatie hebben ondergaan. Hij is daarnaast actief betrokken bij de doorontwikkeling van mijnUMCG, het elektronisch patiëntendossier van het UMCG. 94 procent van zijn patiënten maakt gebruik van mijnUMCG, bijvoorbeeld om een afspraak in te plannen, herhaalrecepten aan te vragen of thuismetingen door te geven.
Meer regie over de eigen gezondheid
‘Via het digitale portaal krijgen patiënten veel meer inzicht in hun eigen ziekte’, vertelt Crop. ‘Ze zien er bijvoorbeeld hun labuitslagen, soms nog voordat ik die heb bekeken. Daarmee krijgen ze meer regie over hun eigen gezondheid. Dat vind ik op mijn poli heel belangrijk.’
Bijvoorbeeld: wanneer een nierpatiënt te veel zout eet, werkt bloeddrukmedicatie minder goed. ‘Als patiënten dat zelf kunnen zien, begrijpen ze beter waarom het helpt om minder zout te gebruiken, en zijn ze gemotiveerder om dat daadwerkelijk te doen. Soms betekent dat zelfs dat er minder medicatie nodig is. Doordat mensen hun bloeddruk thuis meten en hun waarden zelf volgen, krijgen ze meer grip op hun behandeling. Ik merk dat patiënten daar positief op reageren en over het algemeen assertiever zijn geworden.’
Kiezen voor een videoconsult
Een van de ontwikkelingen waar Crop enthousiast over is, zijn videoconsulten. ‘Ik geef mijn patiënten graag de keuze van een videoconsult wanneer dat mogelijk is, bijvoorbeeld voor de uitslag van een onderzoek. Dat scheelt een patiënt een reis naar het UMCG, en omdat mijn patiënten uit heel Nederland komen, kan dat heel wat reistijd schelen.’
Het zijn niet alleen de jonge patiënten die graag gebruik maken van videoconsulten, zegt Crop. ‘Ook oudere patiënten maken er gebruik van. Sommigen krijgen hulp van hun kinderen of buren, of hebben een cursus gedaan in de plaatselijke bibliotheek. Met een overzichtelijk patiëntenportaal, goede instructies en passende ondersteuning komen de meeste mensen een heel eind.’

Niet voor iedereen vanzelfsprekend
Toch is er een aanzienlijk deel van de bevolking met beperkte digitale vaardigheden. Voor hen is inloggen in een elektronisch patiëntendossier of een videoconsult opstarten geen vanzelfsprekendheid. Hoe kan digitale zorg toegankelijk worden voor iedereen? Daar verdiept onderzoeker Esther Metting zich in.
‘Juist mensen die weinig digitaal vaardig zijn, zoals ouderen, mensen met een praktische opleiding en mensen die buiten de EU geboren zijn, zijn degenen die relatief meer zorg nodig hebben’, zegt Metting. ‘Zij weten vaak niet wat digitale zorg inhoudt, welke voordelen het biedt of hoe ze ermee kunnen beginnen. En zij zijn niet de enigen die geen gebruik maken van digitale zorg.’
Metting onderzocht hoe mensen met COPD in verschillende Europese landen omgaan met digitale toepassingen. ‘Je zou denken: als we mensen nou maar gewoon hulp bieden, dan lukt het wel om iedereen hierbij te betrekken. Maar ik zag in mijn onderzoek ook mensen die wél heel digitaal vaardig waren, maar heel terughoudend omdat ze waren uit angst voor privacy of verlies van persoonlijk contact met hun zorgverlener.’
Bij het ontwikkelen van apps en andere digitale zorgtoepassingen wordt vaak eerst gedacht aan de technische mogelijkheden, en wordt de gebruiker pas betrokken als het product al klaar is.
Betrek gebruikers vanaf het begin
Het onderzoek van Metting laat zien dat bij het ontwikkelen van apps en andere digitale zorgtoepassingen vaak eerst wordt gedacht aan de technische mogelijkheden. ‘En dan wordt de gebruiker pas betrokken als het product al klaar is’, legt ze uit. Hierdoor sluit de toepassing niet altijd aan bij wat patiënten nodig hebben of hoe zij ermee kunnen omgaan. Juist vroegtijdige betrokkenheid van gebruikers is essentieel om digitale zorg toegankelijk, begrijpelijk en bruikbaar te maken voor iedereen, benadrukt Metting.
Bij het UMCG is een patiëntenpanel actief, waarin mensen van verschillende sociaaleconomische achtergronden worden betrokken bij het meedenken over digitale zorgtoepassingen zoals mijnUMCG. Dit panel helpt om digitale oplossingen beter af te stemmen op de behoeften van echte gebruikers, en om groepen die minder digitaal vaardig zijn niet uit het oog te verliezen.
Het begint met begrip
Het onderzoek van Metting laat ook zien dat er in Nederland veel begrip is voor de mogelijkheden van digitale zorg, zowel voor de patiënt als voor de zorgverlener. ‘Nederlanders zien hoe hoog de druk in de zorg is, en begrijpen, meer dan bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland, dat digitale zorg kan bijdragen aan het verminderen van die druk.’
Begrip helpt ook bij de bereidheid om te leren omgaan met digitale zorg. ‘De belangrijkste boodschap aan de makers van zorgapplicaties is: leg goed uit wat digitale zorg is, en wat de gebruiker eraan heeft’, zegt Metting. ‘Want als mensen zien wat digitale zorg kan bijdragen, dan zijn ze ook meer gemotiveerd om het te leren gebruiken.’
Een plek voor praktische hulp
Maar dan wacht de volgende drempel: ‘Veel mensen weten niet hoe ze moeten beginnen met digitale zorg’, zegt Metting. Een zichtbare, makkelijk toegankelijke helpdesk is daarvoor belangrijk, maar Metting pleit ook voor oefenmogelijkheden en fysieke ontmoetingsplekken zoals bibliotheken, waar mensen kunnen leren omgaan met digitale zorgtools zonder dat dit extra druk legt op de zorgprofessionals.
Ook Meindert Crop pleit voor duidelijke en laagdrempelige uitleg over mijnUMCG, en voor het creëren van fysieke plekken waar mensen hulp kunnen krijgen bij activatie en gebruik van digitale diensten. ‘Zulke plekken zouden niet alleen dienen voor praktische ondersteuning, maar ook om feedback en ideeën van patiënten te verzamelen’, zegt hij. ‘Zo kunnen gebruikers aangeven wat ontbreekt of beter kan, en dragen ze actief bij aan het verbeteren van digitale zorgtoepassingen. Daarmee kun je digitale zorg nog toegankelijker maken.’
Bron: UMCG